De vertraagde achtbaan

Vanmorgen las ik dat de wereld niet weet hoe ze om moet gaan met en bang is voor de woede van vrouwen.* Dat laatste klopt, ik ben heel bang voor mijn eigen woede, van een briesje tot orkaankracht. Het zit in mij, soms wordt het aangewakkerd. Misschien kijk ik daarom graag naar surfers. Surfers weten hoe ze moeten blijven staan met wind. Zelf heb ik van mijn oudste dochter geleerd hoe ik omga met boosheid, van anderen. Want als ik zelf kwaad ben, uit ik het zelden. Als ik als kind boos was, volgde daar in mijn herinnering straf op. Als meisje heb ik mezelf aangeleerd dienstbaar te zijn aan anderen en beleefd te blijven. Open te staan voor iedereen. Lees: mijn mond dicht te houden als ik bv boosheid voel en meevoelen met de ander. 

 

Waarschijnlijk ben ik daarom vaker kwaad op mezelf dan op anderen. Waar ik bijvoorbeeld kwaad van kan worden is situaties waarin mensen mijn grenzen overgaan. Daar zijn veel vormen van, en ik voel ze ook steeds beter; niet eerlijk zijn, contact blijven zoeken, terwijl ik heb aangegeven daar geen zin in te hebben. Er zijn meer dingen, handtastelijk zijn bijvoorbeeld. Dan sta ik ook met mijn bek vol tanden. Beter is dan iemand te zeggen of te laten zien wat ik voel, of recht op zijn muil te slaan, naar gelang de overschrijding. Aangeleerde beleefdheid maakt dat ik vaak met de 'hoe had ik het anders kunnen doen' analyse rondloop. Daar schiet ik niks mee op, en het zuigt bovendien mijn energie. 

 

Dit jaar probeer ik het anders te doen. Als er een kronkel in mijn maag zit, benoem ik het op zijn minst, schrijf het op en dans ik het uit mijn lijf - als de tranen stromen is het er weer uit. Weg ermee! 

Een begin. Bij een grensoverschrijding laat ik weten wat het mij doet. Wat ik voel. Groot of klein. Zo laat ik ook de verantwoordelijkheid voor keuzes of handelingen bij wie het mijn inziens thuishoort. Ik weet niet of dat ook zo wordt ervaren, maakt niet uit; zo het blijft niet aan mij kleven. Ik moet aan m’n gezondheid denken. 

 

Nu komt het niet zo vaak voor dat mensen mijn persoonlijke grenzen overschrijden, maar zaterdag was het raak. Iemand zei een afspraak af. Dat kan een keer voorkomen. Nee, da’s niet zo erg. Al duurde het een half jaar voordat we er in slaagden een dag te prikken. Zaterdag, eindelijk! Ik plande mijn activiteiten zorgvuldig om de afspraak heen. Ik keek er naar uit.

 

Vrijdagavond viel de afzegging in de brievenbus; last minute een uitnodiging voor iets anders waar hij voor koos, snap ik. Hij stuurt me er een bericht over, en zegt er sorry bij. Heel vaak, en dat hij het voor mij zo vervelend vindt, of ik hem wil vergeven. Hij neemt al mijn ruimte in mn hoofd. Ik schrijf terug dat ik het jammer vind, en er wel overheen kom. Er komt vast een nieuwe kans. Ik houd rekening met hem, gunt hem alle lol met de ander, en houdt daarbij geen rekening met zichzelf. 

 

Ting! 

 

Bij het eerste bakkie thee herinner ik me de nieuwe koers. Een goed moment om de wind weer eens te laten waaien, te laten weten hoe ik me voel. Wijvengezeik, zegt m’n hoofd. Het moet eruit, zegt mijn hart. Ik luister naar m’n hart en schrijf terug hoe ik me verheugd had op deze afspraak en er omheen rekening mee hield. De keus om het af te zeggen, de gevoelens die dit bij hem oproepen laat ik bij hem. Daar kan en hoef ik nu niets mee. Ik verstuur het. Dit is wat er is. Verder hoeft er niets, ik verwacht nu ook niks. Misschien komt er later een nieuwe kans. De toekomst is immers open. Het lucht op om hem te laten weten hoe ik me erop verheugd heb. Dat zijn voor mij stappen. Goed, nu ga ik eens kijken wat ik dan wel ga doen. 

 

Maar dan... dan voel ik dat het waait... en begint het in me te stormen. Enkele minuten later, krijg ik namelijk alweer een bericht terug. Ik kan mezelf nu niet bedwingen, ik moet het direct lezen. Alsof ik een achtbaan zit die blijft gaan. Hij schrijft over zijn gevoelens, haalt er wat bij dat voor mij niet ter zake doet. Hij verantwoordt zich opnieuw voor zijn keuze en zegt dat hij eerlijk is. Hij schrijft dat hij veel voelt. Onrust. Opnieuw geef ik hem alle ruimte. Kut. M’n hoofd en hart is weer vol met zijn verhaal. Dit is het, hier kan ik dus heel kwaad van worden, dat ik dát zelf toelaat en laat gebeuren. Om zijn drama te vervolmaken adviseert hij mij om het contact te verbreken én om hem maar te vergeten. Ik kijk even op. Pfff.. en wat snel zo’n voorstel voor definitief afscheid; binnen enkele regels. Zucht. 

 

Bij het tweede bakkie thee kijk ik even later naar buiten, en zie de dode boom weer liggen. Zijn wortels gingen niet diep genoeg. Laatst waaide het een beetje, toen is ie omgewaaid. Dat laat ik me niet gebeuren. Wat te doen met de onmacht, met de duizelingwekkende snelheid waarmee ik mezelf in dit verhaal heb gezogen, of heb laten zuigen, en met de onjuiste interpretaties van wat ik heb geschreven. Een dood spoor. In een nieuwe afspraak heb ik nu geen zin meer. Er is voor mij maar een weg: direct uit deze achtbaan. Daarop schrijf ik dat zijn interpretaties van mijn woorden niet juist zijn en dat ons contact voorlopig van de baan is. Jammer voor hem. De berichten die hij eventueel nog stuurt, lees ik voorlopig niet, zo laat ik hem weten. 

 

Zo, pff, ademruimte. Tijd om de wortels dieper in de grond te steken; te dansen en energie te steken in dingen en mensen waar ik blij van word en energie van krijg. 

Even later zie ik dat hij me toch weer een bericht heeft gestuurd, ondanks dat ik heb laten weten dat niet te zullen lezen..... grrrr.

 

....ik open het niet meer. Het tij is weer van mij. 

 

 

*https://youtu.be/wMt0K-AbpCU