Een grapje van God


Ik ga een kas bouwen. Ergens deze winter aangeschaft. Hoogste tijd dus om hem op te bouwen. Ik pak de gebruiksaanwijzing erbij en lees de risico instructies door; handschoenen aan vanwege scherpe hoekjes. En een kas is alleen bestemd voor het kweken van planten. Een stevig verankering is ook noodzakelijk, lees ik. Allemaal logisch. Dik gedrukt staat in de aanwijzigingen: 'Gebruik geen geweld' en ik zie even voor me hoe die opmerking in de aanwijzingen terecht is gekomen. Maar goed, ik moet dus eerst het fundament stevig hebben. Anders kan ik niet bouwen. Dus daar ga ik eerst mee aan de gang. Dat duurt even, maar aan het eind van de dag staat er toch iets. Ziet er goed uit, denk ik. Eerst maar even boodschappen doen. Er is niks meer in huis. 


Nu ga ik haast nooit zelf naar de winkel, maar als ik ga dan kom ik steevast dezelfde kameraad tegen bij de uitgang. Mooi toeval. Lang niet gezien. Mooi even bijpraten. 'Wat ga je kweken in die kas dan?' zegt ie zo. Goeie vraag. Ik leef zo bij de dag dat ik daar nog niet echt over na heb gedacht. Misschien wat wiet en komkommers ofzo, zeg ik. Ik heb nog wel wat cannabiszaad voor je. Kom ik wel brengen. Mooi zeg ik, heb je toevallig ook komkommers? en terwijl hij weer op zijn fiets stapt begint hij te lachen. Nee, zegt ie. Hij stopt en kijkt ineens ernstig, en van onder zijn wenkbrauwen zegt hij: 'Komkommers zijn een grapje van God. Kijk, ze zien er niet uit, smaken nergens naar en als je ze in de salade ziet liggen, denk je ook. Is dit het nou?' Hij kijkt er mooi bij. Ik ben blij hem weer te zien en moet lachen. Hij stapt op zijn fiets en zegt uh moi hè.