Brok in de keel



Pasen was geweest en vandaag zou Bart haar weer zien. Tamar was het weekend weggeweest, en Bart was voornemens haar te vragen hoe het was geweest. Wat ze gedaan had. Of ze had gelachen. Hij wilde eigenlijk weten of ze ook nog aan hem had gedacht, maar dat durfde hij niet te vragen. Hij had wel aan haar gedacht. Heel vaak. Ook als hij dingen dacht waar hij van zichzelf niet aan mocht denken. 


Bart reed naar zijn werk en op de parkeerplaats zag hij haar auto staan. Ze was er al. Hij bloosde en was blij dat hij goed nagedacht had over wat hij zou willen zeggen. Bart koesterde nieuwe hoop. Nu had hij wel wat goed te maken, en daarom zou hij het dit keer anders aanpakken. Hij zou haar toevallig tegenkomen bij de koffie, en dan terloops even vragen hoe ze het had gehad. Als het goed ging zou hij voorstellen om elkaar na kantoortijd te zien. Heel natuurlijk, hij wilde niet laten blijken dat hij veel aan haar had gedacht. Botergeil van haar werd. Nee, hij wilde een nette man zijn. 


Met een brok in de keel stapte Bart uit de lift en daar zag hij Tamar al lopen. Haar haar in een leuk staartje, rokje. Fok wat was ze mooi. De moed zakte Bart weer in de schoenen.


Ze draaide zich naar hem toe, keek naar hem, lachte vriendelijk en stapte op hem af. 'Hé Bart ook terug van Pasen? Heb je het leuk gehad?' Hij slikte zijn 'ja' weg, dook in mekaar en vroeg snel hoe zij het had gehad. Tamar begon daarop te vertellen, enthousiast zoals ze dat altijd deed. 


Bart luisterde en wilde ook van alles zeggen. Hoe hij aan haar had gedacht. Hoe hij hoopte dat ze met hem wilde afspreken. Hoe hij haar tegen zich aan wilde voelen tegen de morgen. Hoe stom hij in het verleden omgegaan was met Tamar's voorstellen om af te spreken. Hoe hij een nieuw begin wenste. Maar hij zei weer niks. Hij stamelde iets van mooi en dat hij weer veel te doen had. Daarop volgende een pijnlijke stilte, die uren leeg te duren. 


Bart keek naar de vloer, morste wat koffie over zijn dienblad, wilde de boel wel bij elkaar janken en weer naar huis. De koffie koelde snel af. Tamar keek vertwijfeld langs Bart door het kantoorraam naar buiten, draaide zich om en liep bij hem weg. Precies zoals Bart ook vaak was weggelopen. Met een brok in de keel.