Zijn Kruis



Ze zag het in zijn ogen. Ze zag het ook in de verhoudingen waarmee ze aan tafel zaten. Er zat een vrouw tegenover haar. Ze zei niets.


De mannen spraken. Ze hadden het over de complexiteit van het wantrouwen, en het afbreukrisico voor het nieuwe management. Nee ze durfden het niet aan. Of beter, hij was bang om zijn gezag en positie te verliezen. Hij gooide het er op dat deze organisatie meer zakelijkheid wenste, maar niet teveel. Hij fluisterde dat hij bang was voor de gevolgen nu weer een gewaardeerde collega vertrok. 


Het was toch voor zijn eigen bestwil geweest, zo had hij gedacht. Iedereen zou begrijpen dat Jort beter af was in een andere werkomgeving. Maar op het punt van het beste voor de ander, had hij het belang van de andere mensen in de organisatie uit het oog verloren. 


Ach nee, zijn collega's keken er niet meer van op. Toonden begrip. Ze gaven hem voorlopig het vertrouwen. Te voet. Ze hadden al zoveel managers zien komen en gaan, vertrekken zat onderhand in de botten en bloedvaten van de organisatie. De collega's wisten ook niet meer of het de zoveelste breuk in het vertrouwen was, of dat gelatenheid allang de troon had bestegen. 


Ja iedereen snapte best dat Jort nog beter op zijn plek zou zijn bij een hardere organisatie. Meer macho, daar zou zijn zachte kant juist de menselijke maat terugbrengen. En als een vader had hij zijn collega wegbegeleid. Nu had hij spijt, want nu zat hij met een gat en moest hij opnieuw beginnen. Hij keek uit het raam. 


Hij had vandaag een kans op een goede manager laten varen. Een vrouw. Hij gaf toe dat hij had gedacht dat hij haar moest beschermen tegen de weerstand op de afdelingen. Haar eventuele falen was dan zijn falen. En dat kon hij niet gebruiken. Haar succes, zou haar succes zijn. En voor dat laatste was hij nog veel banger geweest. Hij kon niet anders dan het toegeven, als het er op aankwam toonde hij geen moed, en hij wist het. Bovendien vond hij vrouwen wel aardig, maar werd hij snel klein als ze geen onderdanig gedrag vertoonden. 


Het regende, hij keek naar buiten en vroeg zich af in wiens belang hij nu had gehandeld, en welke gevolgen dit zou hebben voor de complexiteit van het wantrouwen waar hij mee worstelde. Hij voelde zich erg verantwoordelijk, en hij wilde zo graag de organisatie redden. Daarom zou hij zelf wel een oplossing verzinnen; dan zelf nog maar wat extra stappen zetten de komende maanden, daar zouden ze thuis wel begrip voor hebben toch? Hij had toch verdorie ook niet voor niets een dure managementopleiding gedaan?! Het was niet anders. Hij zou alle leed op zijn schouders dragen. Dit was zijn kruis.


En op een dag, ja op een dag zou zijn vader apetrots zijn op de moed van zijn zoon. Dan zou hij de organisatie hebben gered, en het laten terugkeren naar de wereld van het vertrouwen, maar tot die tijd was het aanmodderen in het land van duizend dromen....